Wolvenplein

Voor het gevangeniscomplex Wolvenplein heeft VB erfgoed & architectuur een plan gemaakt voor de verkoopprocedure die vanuit de rijksdienst en de gemeente werd beoordeeld op kwaliteit. Met ons plan kwamen we tot de laatste ronde. Een intensief traject met een fraai plan als resultaat, helaas niet gewonnen, wel goed genoeg om te delen;

het gevangeniscomplex Wolvenplein is een afgezonderd gebied binnen de stedelijke structuur van Utrecht. Het gehele complex is ommuurd en zowel functioneel, ruimtelijk en visueel van de stad afgescheiden. Ook het voorterrein met de tuinaanleg, de plek die toegang gaf tot het complex, was met hekken als een apart gebied afgebakend en functioneerde als buffergebied tussen stad en gevangenis. De voormalige woongebouwen vormen het front van het complex, met centraal gelegen de symmetrische entree. Eenmaal binnen de muren was er binnen de structuur van de gangen en cellen een eigen georganiseerde wereld. De buitenruimte gaf letterlijk lucht aan het leven binnen de muren. Hier was ruimte voor sport en ontspanning.

Het dualistische karakter van de verbinding met het vrije stadsleven aan de voorzijde en het gesloten karakter van het complex zelf, versus de rust van de woongebouwen met de dynamiek van het gevangenisleven achter de muren is een kernwaarde die we bij de herontwikkeling willen respecteren en inzetten als kwaliteit.

De historische architectuur van de voorgebouwen van het gevangeniscomplex is sober vormgegeven en opgetrokken in rode baksteen met natuursteen accenten. De vensters waren oorspronkelijk houten schuifvensters met houten persiennes. De oude ramen zijn grotendeels vervangen. Bij de restauratie wordt de historische uitstraling weer zoveel mogelijk teruggebracht, waarbij de oorspronkelijke details als uitgangspunt zijn genomen. De detailleringen is echter wel aangepast aan de hedendaagse energetische gebruikseisen voor de nieuwe woningen. Dit betekent dat in de detaillering (dun) dubbel glas is ingepast. De persiennes van de voorgevel worden gereconstrueerd. De gevels worden aan de binnenzijde geïsoleerd. Ook de daken worden geïsoleerd met inachtneming van de leien dakbedekking. De kleurstelling is nu wit met donkergroen. Uit analyse blijkt dat de oorspronkelijke kleurstelling vermoedelijk zandsteen met (donkergroen) geschilderd was (de exacte kleurstelling na onderzoek en overleg Erfgoed definitief te bepalen). De deuren zijn waarschijnlijk in blank eiken uitgevoerd geweest, zoals vaker bij historische gevangeniscomplexen.

Voor de te renoveren volumes achter de voorgebouwen passen we een combinatie toe tussen behoud van oude bouwdelen, in combinatie met nieuwe elementen. De bestaande volumes zijn in de loop van de tijd verschillende keren aangepast en zijn aanzienlijk verstoord. Wel bevinden zich er nog restanten van het historische metselwerk, die interessant zijn om te behouden en in de herontwikkeling in te passen. De nieuwe toe te voegen geveldelen worden eigentijds vormgegeven. Deze delen krijgen groene gevels, zodat het oude metselwerk zich als historische relicten tussen het groen tonen. Op deze manier blijft de cultuurhistorische gelaagdheid behouden en wordt een nieuwe laag toegevoegd, die de achterzijde van de voorgebouwen als nieuwe voorzijde van de woningen aan de binnenhoven omvormen.

De historische architectuur van het gevangeniscomplex vormt het uitgangspunt voor de uitstraling van de nieuwbouw. Gekozen is om de nieuwbouw in ambachtelijkheid te laten aansluiten op het historische complex, maar wel zichtbaar te maken dat de nieuwe bouwdelen nieuwe toevoegingen betreffen. In principe wordt de kleurstelling van de oudbouw in omgekeerde vorm in de nieuwbouw toegepast. Het metselwerk krijgt de zachtgele kleur, die ook in de natuursteenkleur van monumenten voorkomt. In de detaillering worden de baksteenrode accenten van het metselwerk van de oudbouw overgenomen. Het blank gelakte hout geeft de nieuwbouw een ambachtelijke uitstraling, passend bij het materiaalgebruik van het complex.